Fotogalerij 10/20
   1  2  3  4  5  6  7  8  9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
         
  Uitzicht vanuit Nido op Mercedario. Dag 13: Uitzicht vanuit Kamp Alaska na de sneeuwstorm. Is het Hannibal? Nee, het is Wouter met zijn "facemask"!   EÚn van de hutjes in Kamp Berlijn.  
  De volgende ochtend hadden we het watersmelt-ritueel wat Wouter al uitgebreid beschreef. Het waaide nog steeds erg hard en we besloten een acclimatisatietocht te maken naar Nido en daarna nog een stukje naar Kamp Berlijn. Al snel waren we bij Nido, een desolate grote vlakte. Iemand die afdaalde van Berlijn zei dat het daar nog veel harder waaide, waarop we besloten niet verder te gaan.

Op dag 12 begon het te sneeuwen met daarbij die harde wind. Het viel ons op dat de sneeuw nauwelijks bleef liggen, maar direct wegwaaide over de berg. Deze dag konden we niets anders doen dan afwachten. De Tadpole bleek voor zo'n situatie niet geschikt te zijn. Veel te klein voor twee personen en sneeuw smelten was onmogelijk in de kleine voortent.

De AustraliŰrs zaten zich ook een beetje te vervelen en boden ons heel gastvrij aan bij hen in de tent een kaartspelletje te spelen. Hier zijn we de hele dag mee zoet geweest.

's Avonds terug naar onze tent. De stuifsneeuw blies volop tussen de binnen- en buitentent. Het enige wat we konden doen was in de tent kruipen en alles dichtritsen. Koken was onmogelijk. We hadden alleen koekjes en wat water. Later werd de situatie nog benarder: de tent warmde van binnen op en de sneeuw bovenop de binnentent begon te smelten en te druppelen. We gingen in de bivakzak liggen om onze slaapzakken droog te houden. We bereikten het tegenovergestelde: de bivakzak hield al ons lichaamsvocht vast. We ontdekten dit gelukkig al snel. Ondertussen werd het buiten steeds kouder en het druppelen stopte. We besloten de volgende ochtend te gaan afdalen naar het basiskamp.

  De volgende ochtend was het sneeuwen opgehouden: nu afdalen zou betekenen dat we wellicht achter de feiten aan zouden lopen. Stel je voor dat we met stralend weer beneden zouden komen, terwijl iedereen naar de top ging.

Met Rowdy liepen we naar Kamp Berlijn ter acclimatisatie. Dit voelde voor Wouter en mij erg zwaar aan; Rowdy daarentegen liep erg steady. Ondertussen werd het weer alles behalve beter. Eenmaal in Kamp Berlijn had ik het voorgevoel dat dit het hoogste punt van onze vakantie zou worden: wat was de top nog ver weg. In de afdaling vroegen we in Nido aan een Ranger of hij iets wist van weersvoorspellingen. Hij vertelde dat het de komende dagen nog slecht zou blijven. Toen knakte er iets in Wouter. Hij wilde direct naar beneden, terwijl ik liever nog wilde af wachten in Kamp Alaska en bij goed weer snel naar Berlijn lopen en de volgende dag naar de top. Maar Wouter wist me te overtuigen. We spraken af dat we bij mooi weer we in een dag naar Berlijn zouden gaan en de dag daarna naar de top. Dit was een plan waar we ons allebei in konden vinden.

We lieten de tent staan en daalden in korte tijd af naar Plaza de Mulas. Dit voelde erg goed: je voelde dat het er warmer was, er was volop drinkwater, toiletten, en de gezellige kooktent. We hadden onze positieve spirit weer terug.